Mijn blog
Mijn blog
Globetrotters
Globetrotters
Sinds januari 2011 werk ik als project manager voor Streets of the World, een project van Jeroen Swolfs die in vijf jaar tijd naar alle hoofdsteden ter wereld reist om ze op foto vast te leggen. Zijn voornaamste motivatie om vijf jaar van zijn (sociale) leven in de wacht te zetten om dit project te voltooien is: ‘Omdat het kan’. Jeroen heeft een onbedwingbare drang om de wereld te zien en te laten zien aan anderen. Dat het hem ernst is, blijkt wel uit zijn wapenfeiten: hij heeft inmiddels 66 landen gefotografeerd, een boek uitgegeven, geëxposeerd, is in het ziekenhuis in Cairo beland met een blindedarmontsteking en hij moest tot nu toe drie keer met beveiliging de straat op om foto’s te kunnen maken (in Papoea Nieuw-Guinea, Kenia en Venezuela). Het type reiziger dat hij vertegenwoordigt is enthousiast, gepassioneerd, eigenwijs, slim en realistisch maar tegelijkertijd onvoorstelbaar dromerig. En net als schrijvers willen deze reizigers iets achterlaten, gezien worden, een vlaggetje planten op de top van de berg die nog niemand heeft bereikt.
Sinds ik me bezighoud met Streets of the World, kom ik regelmatig vergelijkbare globetrotters tegen. Iedereen kent inmiddels waarschijnlijk de gekke wereldwijde dansjes van ‘Where the hell is Matt?’, dat een viraal online succes werd. Daarnaast zijn er nog een paar prettig gestoorde mensen de wereld over aan het reizen. Zo zag ik het project ‘It’s on the meter’ voorbij komen: een fantastische onderneming van drie Britten die het wereldrecord voor de langste taxirit in de geschiedenis proberen te breken en tegelijkertijd geld ophalen voor het Britse Rode Kruis. Ze reizen in een 19-jaar oude klassieke Londense Cab van London naar Sydney, waarbij ze onderweg 39 landen passeren. Waarom? Omdat het kan, waarschijnlijk. En het is heerlijk om te volgen, omdat we het zelf nooit zouden doen en omdat deze drie mannen in absurde situaties terecht komen en die op de typische Britse droogkomische manier beschrijven.
Een andere globetrotter met een bijzonder verhaal is Martijn Arets, die rondreisde met zijn ‘Brand Expedition’, waar hij een gelijknamig boek over schreef. In tegenstelling tot de andere globetrotters doorkruiste Arets niet de hele wereld maar reisde hij ‘slechts’ vijf maanden door Europa in een Volkswagen T2 busje. Wat hem bijzonder maakt, is dat hij medewerkers van 20 succesvolle merken interviewde op zijn reis, daar een boek over schreef, in dat boek QR codes opnam die verwijzen naar video’s (net als Jeroen in zijn boek Streets of the World – Azië), de vertaling van het boek bekostigt door aandelen ervan te verkopen en een fantastische guerrillamarketingactie bedacht om zijn boek te promoten bij boekhandels.
Dat brengt me meteen bij de moraal van dit verhaal. De huidige generatie ‘jongeren’ is reislustig en ziet vaak onbegrensde mogelijkheden voor zichzelf. Ze gaan op reis omdat het kan en omdat ze geïnspireerd willen worden. Een saaie 9 tot 5 baan kan altijd nog, als het echt moet. Natuurlijk liggen de projecten die rendabel genoeg zijn om een hele reis te bekostigen niet voor het oprapen, dus het vergt wel een goede dosis creativiteit, originaliteit en heel veel doorzettingsvermogen om in de galerij der groten te komen. Maar eenmaal daar beland, kunnen deze globetrotters miljoenen mensen blij maken met hun ervaringen en daar op hun beurt anderen mee inspireren.
donderdag 13 oktober 2011